Nieuws
Wachtlijst
Wij starten 2012 met een wachtlijst van 2-4 weken!
Nieuw jaar, nieuwe mogelijkheden (dec. 2011)
Wij hebben het Keurmerk Dyslexie van het Kwaliteitsinstituut Dyslexie verkregen! Hierdoor hebben wij voor 2012 contracten kunnen afsluiten met de meeste zorgverzekeraars t.b.v. vergoeding van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie, mits voldaan wordt aan de criteria uit het PDDB-protocol.
Tevens hebben wij met eerstelijnscontracten afgesloten, bedoeld voor kortdurende psychologische hulp, zoals intake- en begeleidingsgesprekken, klinische observatie en -therapie.
Zie bij Onderzoek voor meer informatie over vergoedingsmogelijkheden bij onze praktijk en raadpleeg uw 2012 polis.
Intelligent kind slaapt korter (NRC, juli '10)
Hoe korter bovengemiddeld intelligente kinderen in de basisschoolleeftijd in het weekend van nature slapen, hoe hoger ze scroren op een IQ test! Elk uur minder slaap in het weekend is 6 IQ punten erbij.
Dat concluderen Zwitserse psychologen op basis van onderzoek onder 34 jongens en 26 meisjes, tussen 7 en 11 jaar oude met een gemiddel IQ van 112.
Misschien zijn kinderen die minder slaap nodig hebben intelligenter doordat hun hersenen dan meer uren cognitieve stimulatie krijgen, of kunnen intelligentere kinderen efficienter slapen.
Overigens... eerder wakker maken voor een hoger IQ is absoluut zinloos !
Rekenonderwijs: terug naar veel oefenen (NRC, jan.'08)
Het zogeheten 'realistisch rekenen' dat nu overal op school wordt gegeven, heeft als gevolg dat jongeren niet meer kunnen rekenen. De commissie-Meijerink heeft dat onomwonden duidelijk gemaakt. We moeten terug naar het aanleren van routines, vinden Gerard Verhoef en Prof. Jan vd Craats.
Er ligt een fundamentele misvatting in de uitgangspunten van het realistisch rekenen besloten: je hoeft een sommetje namelijk helemaal niet te begrijpen om het te kunnen uitvoeren. Het is misschien zelfs andersom: je moet het sommetje eerst 100 keer uitvoeren en er vertrouwd mee zijn en dan kun je, als dat gewenst is, gaan nadenken waarom dat eigenlijk zo werkt... Door dat oefenen bouw je de routines op, bouw je ook het zelfvertrouwen op. Dat geeft ruimte om te gaan begrijpen. Het oefenen van basisvaardigheden is essentieel. Zorg er daarom voor dat een leerling de basisbewerkingen op 1 manier tot in de puntjes beheerst. Hoe dat oefenen georganiseerd wordt, is minder relevant , maar DAT er geoefend moet worden, en veel, is wezenlijk voor de persoonlijke ontplooiing en voor het Vervolg Onderwijs.
Muziek maakt slim! (dec. '07)
Pianospelen is niet alleen leuk, maar wetenschappelijke onderzoeken hebben bovendien bewezen dat het een zeer belangrijke invloed heeft op zowel de intelligentie (significant hoger IQ), de sociale vaardigheden (grotere acceptatie en meer respect voor medemens) als het zelfbeeld (positiever) van kinderen.
Door zelf muziek te maken, wordt vooral het abstractievermogen en analytisch denken sterk verbeterd. Het gezamenlijk musiceren versterkt bovendien het groepsgevoel, de discipline en de sociaal-emotionele vaardigheden. Uit hersenonderzoeken is gebleken, dat bij musicerende kinderen, t.g.v. activatie van neuronen, de linker- en rechter hersenhelft sterker met elkaar verbonden raken dan bij niet-musicerende kinderen. Duitse onderzoeken van Prof. Dr. Bastian komen tot meerdere duidelijke conclusies over de positieve effecten van musiceren voor de ontwikkeling van kinderen. Wetenschappers dringen om die reden al jaren aan om deze conclusies mee te nemen in de opvoeding en het onderwijsbeleid.
Neuofeedback: wetenschappelijk bewijs ? (nov. '07, NRC)
Praktijken voor neurofeedback schieten als paddestoelen uit de grond, maar deze veelbelovende therapie ontbeert nog hard wetenschappelijk bewijs en wordt, vanuit commercieel oogpunt, vaak bedreven door mensen die er onvoldoende verstand van hebben.
In feite is alleen voor epilepsie duidelijk een gunstig effect aangetoond. Na epilepsie is ADHD het best onderzocht. En ook op andere gebieden (depressiviteit, chronische pijn, nekletsel, denksnelheidbevordering) of juist om bepaalde kwaliteiten (musiceren, opereren, golven etc.) te stimuleren, worden opzienbarende resultaten geboekt met neurofeedbacktraining. Maar of het echt door de feedback komt dat klachten oplossen, is wetenschappelijk gezien nog geen uitgemaakte zaak. Grote namen als Russell Barkley (ADHD-specialist) en Jan Buitelaar (hoogleraar psychiatrie) vinden de onderzoeken naar de effecten doorgaans "krakkemikkig" opgesteld; de effecten zouden evengoed een gevolg kunnen zijn van andere factoren (bv. extra aandacht) dan de therapie. Objectief, onafhankelijk grootschalig onderzoek is dringend gewenst. Wetenschappelijk bewezen of niet, de wachtlijsten voor neurofeedback groeien. Deze actieve benadering waarbij kinderen hard moeten oefenen spreekt veel ouders meer aan dan het geven van pilletjes. Wie echter wil uitzoeken of het in zijn situatie of voor zijn kind werkt, moet wel een paar duizend euro meenemen. Slechts enkele zorgverzekeraars betalen en dan nog slechts gedeeltelijk.
Train je brain (sept. '07, Leeuwarder Courant)
Net zoals je je lichaaam kunt oefenen, kun je je hersenen trainen. Een simpel computerspelletje helpt het brein zich opnieuw te programmeren, waardoor problemen ten gevolge van o.a. ADHD, epilepsie, depressie en mogelijk ook Dyslexie kunnen verminderen. Deze methodiek heet neurofeedback en is in Nederland nog betrekkelijk nieuw, maar wordt in o.a. Amerika en Engeland al sinds de jaren '60 met succes toegepast. Bij neurofeedback draait het om het belonen van gewenste hersenactiviteit (feedback). Eerst wordt met een QEEG de hersenactiviteit gemeten. Zo kan de deskundige zien of er teveel of te weinig activiteit in een bepaald gebied is.
Vervolgens wordt de patient m.b.v. een computerspelletje 'geleerd' hoe hij ervoor kan zorgen dat de juiste activiteit op de juiste plaats gerealiseerd wordt. Wanneer dat lang genoeg getraind wordt (doorgaans min. 40 sessies), passen de hersenen zich aan, waardoor de klachten verminderen.
Trainen heeft zin ! (NRC, nov. '06)
Dat kinderbreinen enorm flexibel zijn, was al langer bekend. Recentelijk is echter aangetoond dat in z'n algemeenheid het menselijk brein niet een statische klomp cellen is die in de loop van het leven geleidelijk afsterft. Het blijkt dat hersendelen die we vaak gebruiken, kunnen groeien en delen die we niet gebruiken afkalven en worden overgenomen door gebieden die meer capaciteit nodig hebben. Tot op hoge leeftijd kunnen nieuwe cellen worden aangemaakt en verbindingen worden aangelegd, versterkt, verzwakt of afgebroken, maar daar moet je wel wat voor doen! Dit nieuwe inzicht van het "maakbare brein" betekent voor mensen/kinderen die iets willen leren/kunnen, dat trainen zin heeft.
De genetische opmaak ("nature') is zeker ook heel belangrijk, maar genen zonder interactie met de omgeving ("nurture), zonder training, verliezen aan kracht en genen waar een intensief beroep op gedaan wordt, blijken de leermogelijkheden niet in de weg te staan. Dus: Trainen, trainen, trainen, doorzetten en erin geloven!
Stel grenzen (NRC, sept. '06)
Gooi kinderen niet voor de wolven, maar stel grenzen en trotseer de protesten. Geef pubers een mening en stimuleer hen daarover na te denken; geef niet op als het moeilijk wordt. Nederlandse pubers hebben veel vrijheid, zelfs meer dan ze willen of vragen. Pubers willen grenzen, maar bedanken hun ouders daar niet voor. Ouders willen dat er van ze gehouden wordt en dan is het lastig om grenzen te stellen en protest het hoofd te bieden; het is vaak prettiger en gemakkelijker om de confrontatie met de puber te vermijden.
Psychologe Martine Delfos motiveert in haar boek "ik heb ook wat te vertellen" dat ouders de hersenen van pubers op "aan" moeten zetten. Pubers moeten juist gestimuleerd worden om na te denken over 'andere' meningen. Dat is wat pubers willen en nodig hebben. Ze zijn in een fase waarin ze hun eigen mening aan het vormen zijn. Natuurlijk zetten ze zich af tegen de mening van ouders, maar uiteindelijk... hunkeren ze naar duidelijkheid, argumenten en discussie met de mensen die hun basis vormen.
Kwaliteit Leesonderwijs ondermaats (NRC, april '06)
Bijna 15% van de kinderen loopt in groep 3 een leesachterstand op. In groep 4 is dat 30%. Uiteindelijk verlaat een kwart van de leerlingen het Nederlandse basisonderwijs met een leesachterstand van tenminste 2 jaar (niveau eind groep 6!) en blijkt dat 20% van de VMBO-leerlingen het Nederlands onvoldoende beheerst om schoolboeken die speciaal voor hen geschreven zijn, zelfstandig te lezen.
Vooral de kwaliteit van het leesonderwijs laat te wensen over.
De helft van de Nederlandse basisscholen is niet in staat om vanaf groep 3 de achterblijvers met lezen bij de les te houden. De meeste leesachterstanden zijn volgens de Inspectie van het Onderwijs onnodig en te verhelpen met goed en effectief leesonderwijs. De tijd die scholen uittrekken voor technisch lezen, verschilt sterk. Juist zwakke lezers hebben veel baat bij extra tijd voor oefening en instructie. De leesachterstand heeft niets te maken met het soort school, schoolgrootte of de achtergrond van de leerling.
Tot slot blijkt uit het jaarlijks Inspectierapport dat 11% van de basisschoolleerlingen niet meedoet aan de Cito Eindtoets en dat er een forse toename is (11%) van kinderen die in de onderste lagen van het VMBO instromen.
Brein slim kind rijpt langer (NRC, maart '06)
De hersenschors van zeer slimme kinderen ontwikkelt zich intensiever en langduriger dan de hersenschors van kinderen met een normaal IQ. Op die manier kunnen er meer en betere zenuwverbindingen in de hersenschors ontstaan. Vooral in het stuk hersenschors pal achter het voorhoofd waarmee we acties plannen en logisch nadenken (prefrontale cortex), werden verschillen tussen de groepen kinderen (totaal 307, tussen 5-18 jaar) gezien. Daarmee lijkt niet zozeer de omvang van de hersenen, maar vooral de manier waarop het brein is aangelegd in de kinderjaren een maat voor de intelligentie. Bij superslimme kinderen wordt de hersenschors sneller dik en sneller dun. Het dunner worden van de schors is een teken van reorganisatie en specialisatie, waarbij onnodige zenuwverbindingen weggesnoeid worden en een efficiënter brein overblijft.
Lezingen en cursussen (januari '06)
Binnenkort worden er op de praktijk aan de Dreef 1 te Veldhoven een drietal lezingen gehouden, op woensdagavond 8, 15 en 29 maart van 19.00-21.30 uur.
De thema's zijn achtereenvolgend:
- Lees/spellingproblemen en Dyslexie
- Rekenproblemen en Dyscalculie
- Non Verbale Leerstoornis (NLD)
Doel van de lezingen is inzicht te geven in de aard, achtergrond en gevolgen van de problematieken voor het onderwijs.
Ouders, leerkrachten, docenten, IB'ers, RT'ers en andere belangstellenden kunnen hun eventuele vragen m.b.t. genoemde onderwerpen vooraf kenbaar maken. Op de avonden wordt daar dan nader op ingegaan.
Aanmelding is noodzakelijk (mogelijk tot eind februari) en geschiedt door een email te sturen naar: info@leermogelijkheden.nl. De kosten bedragen 10 euro p/p per lezing.
Vanaf 5 april wordt de cursus "Met sprongen vooruit", bedoeld voor zwakke rekenaars, gegeven. Het betreft 8 wekelijkse bijeenkomsten van een uur op woensdagmiddag 13.00-14.00 uur.
Op 15 mei, van 19.00-22.00 uur, is er een workshop "Handelingsplannen schrijven", waarin het maken van een goed en beknopt individueel handelingsplan centraal staat.
Voor meer informatie over de cursussen, kunt u een email sturen of bellen.
Het Nieuwe Leren (november '05)
Het Nieuwe Leren en de concretisering ervan in "Het studiehuis" moet gezien worden als emancipatie en tijdgeest. Het is een pedagogische vergissing dat "al doende" in alle opzichten de beste manier van leren is. Het is namelijk praktisch uitgesloten dat leerlingen langs die weg de theoretische begrippen ontdekken die op elk niveau het hart zijn van kennis, wetenschap en beroep, op hun beurt de vliegwielen van onze samenleving ! Ik ben blij dat dit inzicht langzaam maar zeker ook politiek doordringt, maar spijtig dat zoveel scholieren er de dupe van zijn (geworden).
Dyslexie is géén oogafwijking ! (Eindhovens Dagblad, november '05)
Dyslexie is een afwijking in de hersenen en geen oogafwijking; dyslexie gaat nooit over. Het is dus onzin dat je het met een bril kunt behandelen, zegt professor L. Blomert. Het maakt hem kwaad dat er bedrijven zijn die adverteren met "Weg Dyslexie"en daar hun commerciële voordeel mee willen doen. Ze trachten hun (dure) producten, nl. speciale brillen/lenzen, d.m.v. hoopgevende reclame aan bezorgde en soms radeloze ouders/kinderen te verkopen en dat is op z'n minst bedenkelijk.
Blomert is er verder ontsteld over dat oogmeetkundigen leestesten bij dyslectische kinderen uitvoeren. Hij gelooft best dat sommige mensen baat hebben bij gekleurde brillen, en daarmee prettiger lezen (omdat ze er rustiger van worden), maar dat heeft niets, maar dan ook niets met dyslexie te maken. De woordvoerder van zo'n bedrijf zegt zich er niet druk over te kunnen maken of het nou wel of niet tegen dyslexie helpt, het helpt wel....
Herinvoering strafregels (Telegraaf, okt. '05)
De strafregel, terug van weggeweest. Deed de aloude maatregel tot eind jaren '60 keurig zijn werk, vanaf de jaren '70 maakte de cultuur van nuttige sancties, eindeloos praten, begrip tonen en overleggen haar intrede en moest onderwijs vooral leuk zijn en straffen zinvol. Een aantal middelbare scholen stoft de strafregel echter weer voorzichtig af, op advies van orthopedagoge Astrid Boon.
Boon: " Noem het kinderachtig of ouderwets, maar door strafregels verliezen leerlingen wat hun het meest dierbaar is: Vrije Tijd. Kinderen hebben recht op sancties waarmee je hen kunt afhouden van acties waarmee ze hun eigen belang, hun toekomstperspectief, schaden. Dus luidt haar motto: hard optreden tegen die overtreding, maar mild blijven op de persoon." Maak duidelijk en motiveer waarom bepaald gedrag niet geaccepteerd wordt, maar laat de leerling tevens merken dat je hem/haar als persoon, met alle plezierige eigenschappen, blijft waarderen.
Geweld in spelletjes
Het zien en (interactief) spelen van gewelddadige vecht- en schietspelletjes kan op korte termijn aanleiding geven tot agressief gedrag, zo is wetenschappelijk aangetoond. De effecten op langere termijn zijn nog onduidelijk. Eén van de onderzoeken toont aan dat kinderen na het spelen van gewelddadige spelletjes agressievere fantasieën hebben, zich vijandiger gedragen tegenover andere kinderen, bewegingen uit spelletjes nadoen (bijv. karate-trappen) en eerder geneigd zijn om een tegenstander in een 'spelletje' te straffen met een intens geluid. Omdat het aantal spelletjes met een extreem gewelddadige inhoud eerder toe- dan afneemt, is aandacht voor dit verschijnsel zeer gewenst.
Dyscalculie en Rekenproblemen (aug. '05)
Op woensdagavond 21 september a.s. houd ik voor de LBRT (Landelijke Beroepsvereniging voor Remedial Teachers) een lezing met als thema "Rekenproblemen en Dyscalculie". Behandeld worden o.a. de achtergronden, diagnostische criteria, aanknopingspunten voor hulp en concrete voorbeelden van hulp(materialen). E.e.a. op basis van het in 2004 verschenen boek van Ruijssenaars, van Luit en van Lieshout over dit thema.
Motivatie, nog belangrijker dan iedereen dacht! (juni '05)
De laatste jaren wordt er intensief samengewerkt tussen wetenschappers op gebied van hersenen/cognitie enerzijds en onderwijskundigen/mensen uit de onderwijspraktijk anderzijds. Dit leidt tot interessante nieuwe inzichten. Zo begrijpt men nu beter waarom het studiehuis is mislukt. Hersenen ontwikkelen zich tot na het 20e levensjaar. De hogere functies, zoals planning en organisatie, rijpen het laatst. Vele 15-18 jarigen zijn eenvoudigweg nog niet zover dat ze geheel zelfstandig hun eigen leertraject kunnen vormgeven. Zij hebben hierbij hulp nodig.
Een ander 'nieuw' inzicht heeft betrekking op de rol die motivatie speelt bij het leren.
Op 14/15-jarige leeftijd is het brein nog niet toe aan optimale inleving in zaken die ver af staan van de eigen leefwereld. Het ontbreekt de leerling op die leeftijd veelal aan intrinsieke motivatie om de aangeboden (saaie) leerstof uit de boekjes op te nemen. Hij heeft daarbij de hulp nodig van een enthousiaste docent die de leerstof afstemt op zijn behoeften en die de leerling nieuwsgierig weet te maken. In het huidige onderwijs krijgt de leraar echter in toenemende mate een passieve, coachende rol...
Meer lezen over "Leer het brein kennen"? Zie: www.hersenenenleren.nl
Kleuters schatten lage snelheden slecht in (NRC, mei 2005)
Het is voor het eerst dat het snelheidsbesef van kinderen is onderzocht, met als een van de conclusies dat een langzaam gegooide bal voor een vijfjarige stil lijkt te staan, terwijl volwassenen bij langzame snelheden juist veel kleinere snelheidsverschillen waarnemen. De verklaring hiervoor zoeken de psychologen in een nog onvoldoende rijping van het kleine hersengebied dat zich bezighoudt met waarneming en snelheid.
In dat zeer gespecialiseerde onderdeel van de visuele cortex houden zich sowieso al weinig cellen bezig met lage snelheden. De analyse van snelheid is bovendien ingewikkeld voor het brein omdat het ook altijd rekening moet houden met de richting van de snelheid. Tot nu toe was alleen bekend dat baby's tot zes maanden geen verschil zien tussen een stilstaand object en een die beweegt met 9 graden per sec. Dat is vergelijkbaar met een wandelaar die op 8 meter voorbij loopt. Nu is aangetoond dat ook kleuters slecht lage snelheden kunnen inschatten.
Hoe lezen we ? (maart 2005 )
We lezen vooral door gebruik te maken van de zg. onderste kennisbronnen: fonologische (klank) en orthografische (woordbeeld) informatieverwerking. Maar, tegelijkertijd doen we, voor een goed begrip van het geschrevene, ook een beroep op de zg. bovenste kennisbronnen: algemene (taal)kennis.
Probeer maar eens snel te begrijpen wat hieronder staat:
1. Wei zagu un chijd en un sgaapju in de wij.
2. Sochez en savez sachiez belle.
Deze zinnetjes kun je alleen bevatten door ze hardop uit te spreken. Daarmee maak je gebruik van fonologische kennis. Let op hoe snel je corrigeert, want je begint zin 2 waarschijnlijk met orthografische kennis. Die leidt je naar het frans... , maar dan protesteren je bovenste kennisbronnen en dan besluit je te verklanken.
Lezen is dus een voortdurende wisselwerking tussen de onderste en bovenste kennisbronnen. Dyslecten hebben specifiek problemen met de fonologische en/of orthografische verwerking, maar vertonen (daardoor) ook vaak tekorten in de bovenste kennisbronnen. Het is in het kader van effectieve behandeling dan ook van groot belang dat er aan beide gebieden gewerkt wordt. Remediëren voor de onderste kennisbronnen en compenseren vanuit de bovenste kennisbronnen. (model Lovett)
Huiswerkhulp (NRC, maart 2005)
Steeds meer scholieren maken hun huiswerk met een professionele begeleider. Hun ouders hebben geen tijd of geen zin in ruzie. De vraag 'heb je je huiswerk al gemaakt' roept bij veel pubers irritatie op.
Tien jaar geleden werden commerciële huiswerkinstituten door de meeste scholen nog met argusogen bekeken. Tegenwoordig is het vanzelfsprekend dat mentoren ouders doorverwijzen naar zo'n instituut. Niet alleen de maatschappelijke omstandigheden (werkende ouders) hebben daartoe bijgedragen. Ook het Tweede Faseonderwijs is debet aan de roep om professionele begeleiding. De nieuwe opzet gaat er van uit dat leerlingen zelfstandig keuzes maken en goed kunnen plannen. Juist daar schort het bij veel kinderen aan. Tot slot heeft de onderwijsvernieuwing (grafische rekenmachines?) veel ouders onzeker gemaakt en besteedt men de hulp om die reden liever uit, ook al liegen de tarieven er niet om!
Waarde IQ-tests overschat (NRC, februari 2005)
Omdat de overheid voorschrijft dat bepaalde intelligentiescores 'horen' bij bepaalde onderwijsniveaus gebruiken veel psychologen en scholen de uitkomst van intelligentietests als een vaststaand gegeven. Dat is heel gevaarlijk en volkomen onterecht meent dr. Peter Tellegen, de maker van vijf van dergelijke tests.
Een intelligentietest dient alleen afgenomen te worden in het belang van het kind. De uitkomst moet gerelativeerd worden, want, zegt hij, een mens heeft wél een lengte en ook een schoenmaat, maar hij hééft geen IQ!
Een intelligentietest is, zeker bij kinderen, per definitie aan verandering onderhevig en dus onnauwkeurig en onbetrouwbaar. Bij een zelfde kind kan de uitkomst soms 10 tot 20 IQ-punten verschillen. Dat is het verschil tussen een gemiddelde leerling in het vmbo-gl en het vwo!
Dot bulkt tijmelijk inwikgekijld
Britse onderzoekers hebben aangetoond dat het niet uitmaakt in welke volgorde de letters van een woord worden afgedrukt. Zolang de eerste en de laatste letter maar op de juiste plaats staan, kan de lezer het woord moeiteloos ontcijferen. Dit komt, aldus de onderzoekers, omdat we niet elke letter als zodanig lezen maar het woord als geheel.
Als u een beejte intlliegnet bnet, mag u met dzee tkest dus geen moetie hbbeen, evran uigtaadne dat de geddimelde Birt neit awfkijt van de geddimelde Nelanderder.
Ites adnres wrodt het, als tssuenoodr ook adrene, in het orenegile wrood niet vookromende ltteers werdon ogpemonen. Dot bulkt don tach tijlemijk inwikgekijld. Mosschein kun ein Nulanderdse unosivertiet hoer eons eun odnerzuker vlij vuur moeken. Huugste toed!
Rekenachterstand meisjes (NRC, december 2004)
Meisjes in Nederland scoren systematisch slechter dan jongens op de Cito-eindtoets. Onderzoek heeft aangetoond dat daar twee belangrijke en samenhangende redenen voor zijn. Enerzijds gaan meisjes anders om met de aangeboden stof. Ze experimen-teren minder met verschillende oplossingsstrategieën en ze hebben minder kennis en begrip van maten.
Anderzijds reageert de omgeving (leerkrachten) anders op meisjes dan op jongens. Meisjes krijgen bijvoorbeeld minder tijd om te antwoorden of een fout te herstellen en de moeilijkere sommen worden eerder aan jongens gesteld. Dit gaat veelal onbewust en komt doordat leerkrachten lagere verwachtingen hebben van de rekenkunsten van meisjes dan van jongens.
Leerkrachten en scholen willen niet echt horen van deze verklaringen. Daarom verandert er weinig en blijven Nederlandse meisjes significant lager presteren dan meisjes in de ons omringende landen. De oplossing? Leerkrachten moeten zich bewust worden van hun rol hierin en scholen moeten een rekencooördinator aanstellen die zich sterk maakt voor (ook) goed rekenonderwijs aan meisjes.
Actie of Angst (NRC, november 2004)
Psychologe Martine Delfos heeft een nieuw boek geschreven: " De schoonheid van het verschil." Het boek gaat over verschillen én overeenkomsten in rolgedrag tussen mannen en vrouwen. Verschillen zijn er bijvoorbeeld in de omgang met stress. Stresshormonen (a.g.v. gevaar, angst) verstoren het denken. Om die stresshormonen kwijt te raken, gaan mannen over tot actie/beweging, terwijl vrouwen, op passieve wijze, alles mobiliseren om veiligheid te scheppen. Vrouwen gaan met anderen praten over hun problemen. Door te praten lossen zij misschien wel het probleem op, maar de stress wordt niet weggewerkt.
Mannen daarentegen raken door hun activiteiten minder gestressed, maar lossen niks op. Beide strategieën zijn effectief. Delfos borduurt in haar boek verder op de gevolgen van deze verschillen in aanpak tussen mannen en vrouwen. Zij pleit voor erkenning van die (biologische) veschillen, want dat schept pas echt ruimte voor verandering: de zorgende man en de agressieve vrouw...
NLD-informatieochtend (9 november 2004)
De ochtend bestond uit twee gedeelten:
- Powerpointpresentatie NLD , Theoretische Achtergrond, door Marieke Vlugter.
- Tips en Links, Praktische informatie, door José van Dam (ervaringsdeskundige).
We hopen veel mensen weer wat wijzer gemaakt te hebben over dit veelzijdige onderwerp !
Regio Eindhoven opvallend veel "autisten" (oktober '04)
Volgens recente tellingen zijn er in verhouding tot het aantal inwoners nergens zoveel kinderen met een Autistisch Spectrum Stoornis (ASS of PDD-NOS) als in de regio Eindhoven-Helmond. Heeft dit te maken met het technologisch karakter van de regio, waar veel ouders in de hightech-sector werken?
Geheel ondenkbaar is het niet. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat ook in Silicon Valley veel kinderen kampen met PDD_NOS. De voorzichtige hypothese uit dit onderzoek is, dat technologen gefixeerd zijn op dingen en minder op contact met mensen. Dat kan zijn weerslag hebben op de kinderen....
Lezing NLD (Nonverbal Learning Disabilities)
Op dinsdagochtend 9 november houdt Marieke Vlugter voor Oudervereniging Balans een lezing over NLD (Nonverbale Leerstoornissen).
De bijeenkomst is gepland van 9.30-11.30 in de Hoogstraat 301b te Eindhoven. Na afloop is er gelegenheid tot vragen stellen. De entree is gratis, maar u wordt verzocht u vantevoren even aan te melden bij Stichting Balans Zuid-Oost-Brabant : 040-2517691.
Nature - Nurture (de Volkskrant, sept. '04)
Over de bron van ons gedrag is altijd veel discussie geweest....
Is "hoe we ons gedragen" nu hoofdzakelijk erfelijk bepaald en daarmee onveranderlijk (nature)...of, wordt ons gedrag voornamelijk bepaald door de zorg en vorming die we vanuit de omgeving ontvangen (nurture) en is gedrag dus wel beïnvloedbaar ?
Recent neurowetenschappelijk onderzoek laat m.b.v. hersenscans zien, dat onze hersenen, die inmiddels algemeen gezien worden als "veroorzakers" van ons gedrag, letterlijk van vorm veranderen onder invloed van informatie en ervaringen. De kwaliteit van de omgeving blijkt bepalend voor het aantal en de aard van de verbindingen die tussen de hersencellen worden gelegd. Hoe rijker het ervaringsaanbod, hoe meer verbindingen, hoe gevarieerder iemands gedragsrepertoir.
Dit ontwikkelingsproces van de hersenen stopt alleen wanneer er geen omgeving meer is. Het is dus zaak om, als ontwikkelingsbegeleiders, te zorgen voor een continu stimulerende veelzijdige omgeving waar het kind in ontwikkeling als het ware in ondergedompeld wordt!
Stil ADHD valt niet op (Volkskrant, aug. '04)
Niet alle kinderen met ADHD zijn druk. Meisjes lijden er soms in stilte aan. Daarom is bij hen de diagnose nog wel eens lastig te stellen en wordt 'ie' vaak gemist.
Hét kenmerk van kinderen met ADHD is, dat ze druk zijn en dat valt met name op school op, waar ze zich moeten aanpassen in een gestructureerde omgeving. Met name jongens doen dan van zich spreken door hun onrustige en impulsieve gedrag.
Meisjes zijn gevoeliger voor wat er van hen verwacht wordt en beter in staat zich te conformeren. Zij zijn niet van die druktemakers op school, maar wel thuis, waar ze geen sociale druk voelen. Ze vertonen bijv. onrustig gedrag bij het eten en het naar bed gaan. Meer aandacht voor de stoornis ADHD bij meisjes is dus zeer gewenst. Het is onwaarschijnlijk dat 1:4 kinderen met diagnose ADHD een meisje is, terwijl het bij volwassenen gelijk verdeeld is tussen mannen en vrouwen.
Liegen versterkt de waarheid! (De Psycholoog, juli '04)
Mensen die beweren nooit gelogen te hebben, hebben dat na deze uitlating in ieder geval wel gedaan. Iedereen heeft wel eens kleine onwaarheden of leugentjes voor eigen bestwil verteld. Of zijn deze mensen zo in hun eigen leugens gaan geloven dat ze echt denken dat ze niet liegen? Uit onderzoek, waarbij mensen bewust leugens moeten vertellen, blijkt, dat bij de meeste mensen liegen hun geloof in de waarheid versterkt. Ze weten des te beter dat ze hun leugenverhalen niet zelf beleefd hebben. Maar voor een kleine groep (10-15%) gaat dat niet op: zij gaan later geloven in hun eigen leugens. Bij hen nestelt de leugen zich slinks in hun geheugen.
De herinnering aan de leugen wordt door hen aangezien voor een echte gebeurtenis.
Rest de vraag: is dit nog bewust liegen als je je eigen leugens echt gelooft ??
Hechtingsproblematiek/hechtingsstoornis (juni '04, op verzoek van De Knoop)
Op 9 november 2004 organiseert vereniging De Knoop een landelijke bijeenkomst over het thema "Omgaan met een kind met hechtingsproblematiek, thuis en op school". De avond is bedoeld voor iedereen die belangstelling heeft voor dit onderwerp. Voor meer informatie: info@deknoop.org of www.hechtingsstoornis.nl
Opvoedingstelevisie ook iets voor Nederland ? (NVO-bulletin, april '04)
Onderzoek in Australië (2000) toont aan dat kinderen (2-8 jr), waarvan de ouders (N=65) een opvoedkundig tv-programma hadden gevolgd, significant minder gedragsproblemen hadden dan een controlegroep én dat de ouders meer zelfvertrouwen in opvoeden ontwikkelden; opvoedingstelevisie lijkt effectief!
Met opvoedings-t.v. wordt 'het grote publiek' bereikt en niet alleen ouders die onder de aandacht van Jeugdzorg vallen. Door het laten zien van heel concrete, alledaagse opvoedingssituaties met kinderen, zoals naar bed gaan, tv uitdoen, conflicten met ouders over bijv. het opruimen van de eigen kamer, zaken die te maken hebben met geld, omgaan, uitgaan etc., kun je laten zien hoe ouders daarin sturing kunnen geven, zonder in de rol van P.O.Litieagent te vervallen en zonder het kind voortdurend zijn zin te geven om ruzies te vermijden.
Opvoedingstelevisie, wellicht het proberen waard?!
Modestoornissen (de Volkskrant, april '04; n.a.v. het nieuwe label "HSP")
Labels geven mensen houvast, controle over de situatie. Elke ouder die met z'n handen in het haar zit over het gedrag van zijn kind, snapt dat maar al te goed. Aan de andere kant werken labels ook als self fulfilling prophecies: kom als kind maar onder het stempel 'lastig' vandaan als de leerkracht of de ouders daartoe eenmaal hebben besloten.
De neiging om mensen in hokjes in te delen wordt steeds groter. Men wijdt dat aan de nerveuze tijdgeest. Mensen, of kinderen, die 'afwijken', maken anderen onzeker. En er is al zo veel stress, onzekerheid en zo weinig tijd...
Onderzoek toont aan dat het aantal lastige kinderen niet toenneemt, maar dat ouders alerter worden. Ze zijn ook minder angstig om hulp te vragen (die in overvloed beschikbaar is) en hebben toegang tot enorm veel informatie m.b.t. 'afwijkende gedragingen'.
In een maatschappij die veel van mensen vraagt, maar ook een ruime gereedschapskist ter beschikking stelt om reeel gedrag om te smeden tot gewenst gedrag, is het dus niet verbazend dat de labels, etiketten en diagnoses bloeien.
Het helemaal begrijpen van afwijkende kinderen, zal overigens nooit lukken en dus ook niet om er helemaal greep op te krijgen. Opvoeders zullen altijd voor raadsels geplaatst blijven, net als de deskundigen zelf. Dus ook in de van informatie vergeven prestatiemaatschappij, blijft het verstandig psychologische kennis te combineren met nuchterheid. Bovendien is het houvast van een label tijdelijk. Je moet met je 'afwijkende' kind thuis immers gewoon verder.....
Hersengoei ná de geboorte belangrijk voor intelligentie (NRC, april '04)
Kinderen die na de geboorte relatief het sterkst groeien in hoofdomvang hebben de hoogste IQ's. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Southampton (Brain)
Voor iedere 1,4 cm die de hoofdomvang bij 9 mnd groter is dan het gemiddelde, neemt het IQ op 9-jarige leeftijd met bijna 2 punten toe. De verbale intelligentie hangt vooral samen met een grote groei tussen 9 mnd en 9 jaar en non-verbale intelligentie met groei in de eerste 9 mnd van het leven.
Het nu gevonden effect van hoofdomvang op IQ is aanzienlijk kleiner dan het effect van de opleiding van de moeder of bijvoorbeeld de duur van de borstvoeding op IQ. Een kind met een universitair opgeleide moeder bijlkt een bonus van bijna 12 IQ-punten te krijgen t.o.v. een kind met een moeder met een mavo-diploma. Een borstvoeding van langer dan 4 mnd leidt tot een premie van ruim 6 IQ punten.
Onderzoek Lezen (okt. '03)
Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het neit uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiutse patals saatn. De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we neit ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel.
Rijke Britten vaker dyslectisch (okt. '03)
In allerlei regionale Nederlands en Vlaamse kranten heeft een berichtje gestaan dat veel Britse zakenmensen dyslexie blijken te hebben.
Groot-Brittannië telt ongeveer 5000 nieuwe rijken. Een deel hiervan is onderzocht (300 mensen). Van deze groep blijkt 40% dyslectisch te zijn. Dat percentage is ongever vier keer zo hoog als gemiddeld.
De nieuwe rijken presteerden vroeger op school slecht en deden het slecht in allerlei tests.
Hoe ze het nu klaarspelen zo veel geld bijeen te garen, wordt uit deze krantenberichten helaas niet duidelijk. Wellicht speelt het feit dat deze mensen het vroeger op school moeilijk hadden een rol en worden ze later (mede daardoor) meer dan gemiddeld doorzetters?
Geweld op tv slecht voor kinderen (okt. 03)
Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat geweld op tv slecht is voor de tere kinderziel: veel kijken naar gewelddadige tv-programma’s leidt tot meer agressie.
De leeftijd van ongeveer 2 tot 14 jaar is een gevoelige periode waarin kinderen heel ontvankelijk zijn voor ervaringen die ze opdoen. Door het kijken naar gewelddadige tv-programma’s gaan kinderen, met name 6-10 jarigen, het agressieve gedrag imiteren. Dit leren door observeren leidt tot meer agressie: kinderen leren (van hun tv-helden) dat geweld een goede oplossing is voor problemen en een gepaste reactie is op tegenslagen. Ook worden kinderen die veel geweld zien minder gevoelig voor geweld; ze raken er als het ware aan gewend en gaan gewelddadig gedrag ‘normaal’ vinden.
Blootstelling aan geweld op tv leidt bovendien niet alleen tot meer agressie in de jeugd, maar heeft een langdurig effect en leidt ook tot meer agressie bij volwassenen.
De onderzoekers stellen vast dat het minimaal goed is als ouders meekijken met hun kinderen en uitleggen dat een tv-serie niet een getrouwe afspiegeling van de werkelijkheid is.
