Leren

Leren

Leren is het proces van opnemen, begrijpen en toepassen van (nieuwe) informatie. Elk mens leert vanaf zijn geboorte continu. Aanvankelijk gebeurt dat impliciet, zonder er over na te denken, bijvoorbeeld leren-lopen. Geleidelijk verschuift het accent van onbewust naar bewust leren, bijvoorbeeld leren-lezen. Hoogtepunt is ‘het leren in instituten’. Scholen zijn er om expliciet en doelbewust specifieke kennis en vaardigheden aan te leren. In Nederland is een kind leerplichtig zodra het 5 jaar is. Het moet dan dagelijks één of andere basisschool bezoeken. Daar leert het zaken waarvan we vinden dat ze minimaal nodig zijn om ons in het dagelijks leven te kunnen redden.

Leerproblemen

In de ontwikkeling van een kind neemt de schooltijd een centrale plaats in. Op de basisschool worden kinderen voor het eerst geconfronteerd met de eisen die het schoolleven aan hen stelt. Niet langer is leren vrijblijvend. De druk om ‘naar verwachting’ te presteren neemt toe, de hoeveelheid informatie die verwerkt moet worden neemt toe en in sociaal opzicht wordt er steeds meer aanpassing verlangd.
Het is ook de periode waarin het kind zich meer bewust wordt van z’n mogelijkheden en beperkingen. Dat heeft belangrijke gevolgen voor het zelfvertrouwen en het durven aangaan van nieuwe dingen, voorwaarden om optimaal te kunnen presteren.
Het is ronduit begrijpelijk dat het niet alle kinderen even vlot lukt om aan de schooleisen en -verwachtingen te voldoen. Ze krijgen bijvoorbeeld het lezen, spellen of rekenen niet soepel onder de knie en/of ze hebben moeite met concentratie, stilzitten of onthouden. Bij hen verloopt de informatieverwerking (tijdelijk) net even anders dan bij de meeste kinderen van hun leeftijd. Uit wat ze doen, laten zien en horen, leiden we af dat ze moeite hebben met (aan)leren.

Informatieverwerking

Wat we feitelijk waarnemen is het gevolg van wat zich ‘van binnen’, in de hersenen, afspeelt. De wijze waarop informatie door de hersenen verwerkt wordt, wordt in de eerste plaats bepaald door biologische factoren, zoals bijv. de snelheid waarmee berichten (prikkels) worden doorgegeven of de mate waarin iemand energie en aandacht voor die informatie kan opbrengen. Het neurale netwerk in de hersenen vormt de basis voor iemands leermogelijkheden. Als ergens in de hersenen een netwerk-gebied beschadigd is of als bijvoorbeeld het ‘prikkel-doorgeefsysteem’ traag of juist ‘hyper’ verloopt, heeft dat gevolgen voor de informatieverwerking en zien we in het (leer)gedrag ‘afwijkingen’.
De ANT (Amsterdamse Neuropsychologische Taken) is een instrument dat speciaal ontworpen is om op dit voorwaardelijke niveau subtiele stoornissen in de informatieverwerking, met name de aandachtsregulatie, op te sporen.
Het (computer)programma heeft zijn wetenschappelijke waarde reeds bewezen bij de diagnostiek van o.a. NLD, AD(H)D en andere gedragsstoornissen van neurologische oorsprong. Onderzoek bij POL impliceert onderzoek met dit programma.

Intelligentie

De kwaliteit van de uitvoering hangt verder ook nauw samen met het cognitief vermogen: de mate waarin iemand in staat is zelfstandig (complexe) problemen op te lossen. Het daarvoor benodigde denk- en redeneervermogen is wat we ‘intelligentie’ noemen. Intelligentie is voor een belangrijk deel genetisch bepaald (aangeboren) en bepalend voor wat er vervolgens nog aan oplossingsstrategieën en vaardigheden bijgeleerd (verworven) wordt. Bij POL vormt de intelligentie-analyse de basis voor eventueel verder onderzoek.

Diagnostiek

Het leergedrag en de leerprestaties zijn (dus) afhankelijk van meerdere factoren, die bovendien elkaar beïnvloeden. Met behulp van op wetenschappelijke theorieën gebaseerde hypotheses over de mogelijke oorzaak van een bepaald leerprobleem, is het mogelijk de oorzaak op te sporen en aan te pakken. Meestal is de oorzaak een combinatie van factoren en vaak kan het kind na gericht onderzoek, met de juiste hulp en in een begripvolle omgeving, alsnog een succesvolle en fijne schooltijd hebben!